Blog: Bezoek met kleinkinderen aan het Groninger Museum

Maart 2015, Het Geheim van Dresden

“We gaan niet alleen zwemmen in Tropiqua, maar ook naar het museum in Groningen”, zeggen we, tegen onze vier kleindochters van acht tot twaalf jaar, die deze week bij ons logeren. “Je denkt toch niet dat wij van plan zijn naar saaie schilderijen te kijken”, is hun zuinige reactie. “Toch wel”, antwoord ik.” Op een van de schilderijen, ook nog van Rembrandt, is te zien hoe een adelaar met in zijn klauwen een peuter, omhoog vliegt naar de top van de berg. Het is een jongetje en plast van angst in zijn broek, maar ojee hij heeft geen broek aan”. Hun belangstelling is definitief gewekt.  “Maar weet je opa”, zegt Sofie.” Die schilder heet eigenlijk van Rijn. Rembrandt is alleen zijn voornaam”.

  • Rembrandt van Rijn, De roof van Ganymedes, 1635, olieverf op doek, © Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Foto: Elke Estel/Hans-Peter Klut

Als opmaat gaan we met de trein naar Groningen. In het museum trekt de trap van Mendini gelijk hun belangstelling. Wat een werk om al die steentjes op de trap te plakken, maar wel cool. Een vriendelijke mevrouw aan de balie legt uit hoe de speurtocht Het Geheim van Dresden in z’n werk gaat.

En dan gaan we op stap om de opdrachten zo goed mogelijk uit te voeren. Er wordt gespeurd naar de voorwerpen op de schilderijen en vrijmoedig worden de Eifeltoren en een dorpshuis ingetekend in het schilderij Dresden gezien vanaf de rechteroever. Het zoeken van smileys bij de portretten gaat probleemloos en is een groot succes. Mara, die niets ontgaat, ziet in een oogwenk het gevraagde detail in het toch wel grote schilderij Stilleven met aap. “Dode eenden en herten doen me niets, maar een dood konijntje is zielig”, is het commentaar van deze konijnenliefhebster.

Tot plezier van iedereen is het schilderij Ganymedes in de klauwen van de adelaar onderdeel van de speurtocht. Eigenlijk is het vreselijk leuk in het museum. Als je met z'n vieren met je rug op de bank ligt en naar het plafond kijkt dan gaan vanzelf alle grote mensen naar het plafond staren. De sculpturen van Maartje Korstanje vragen nu om de aandacht en roepen verbazing op. “Waarmee zijn ze gevuld? Is het snot, slijm of gewoon water”, vragen ze zich af.

Helemaal spannend wordt het in het paviljoen Coop Himmelb(l)au. Wie durft op de glazen vloer te staan boven het water en voorzichtig een sprongetje te maken? Op de vloer worden de ontwerptekeningen van het museum geprojecteerd en als je op de vloer ligt worden die op jou geprojecteerd. Als je dan ook nog ontdekt dat de projectie wisselt is het spelletje buut en verlos snel bedacht. Een op het lawaai toegesnelde beveiligingsmedewerkers ziet tot zijn geruststelling dat hier een nieuwe generatie museumbezoekers zich aan het inwerken is.

Nu naar de mythe van de elektrische gitaar. Lotte heeft gitaarles gehad en een andere opa speelt in een bandje. Prachtig! Gebiologeerd worden de volle twaalf minuten van de film uitgezien waarin Oliver Jordan een schilderij van Mick Taylor maakt. “Hij begint goed”, zegt Maaike, “ maar het resultaat is minder”, is de conclusie van deze prille kunstkenner. Nog even snel het infocentrum verkennen. En ja die kousen van Willhelm en Kraus willen ze ook wel.

Het kost enige overreding om ze te verleiden naar het Mendini Café te gaan voor limonade en voor ons een koel glas witte wijn.

Tekst: Jan Blijker

  • Foto Jan Blijker
  • Foto Jan Blijker
  • Foto Jan Blijker