De Ploeg en het expressionisme

Al vrij snel formeerde zich onder aanvoering van Jan Wiegers binnen De Ploeg een groep schilders die inspiratie vond in het expressionisme. Vanaf 1922 drukten zij een nadrukkelijk stempel op alle verenigingsactiviteiten. Daarvoor ontwikkelde zijn stijl zich al in die richting, maar in Zwitserland had Wiegers zich definitief tot het expressionisme bekeerd. Door ziekte genoodzaakt verbleef hij in 1920-1921 in Davos, alwaar hij de voorman van het Duits Expressionisme Ernst Ludwig Kirchner leerde kennen. Diens persoonlijkheid en stijl maakten een beslissende indruk op hem en eenmaal hersteld introduceerde hij een nieuwe richting in Groningen. Op aangeven van hem gaven kunstenaars als Altink, Dijkstra, Werkman en Martens zich over aan experimenten met kleur, wasverf en expressieve vormen van grafiek.

  • Jan Wiegers - Interieur Bohemien
  • Jan Altink - Na het bezoek
  • Johan Dijkstra - Negerportret
  • Hendrik Werkman - Renpaarden
  • George Martens - Stadsgezicht bij maanlicht

Het expressionisme van De Ploeg is terug te voeren op het werk van kunstenaars als Vincent van Gogh, Edvard Munch en Piet van Wijngaerdt, maar vond in dat van Kirchner haar artistieke grammatica. 

De periode waarin het Groninger expressionisme de toon zette binnen De Ploeg duurde uiteindelijk maar kort. Wiegers en Altink matigden omstreeks 1926 hun kleurpalet en Dijkstra keerde zo’n drie jaar later terug tot een meer impressionistische wijze van werken. 

Werkman, die zich minder nadrukkelijk dan hen had ingelaten met ‘Kirchners’ stijl, ontwikkelde een geheel eigen expressionistische schilderkunst, maar zou zich vooral bezighouden met zijn drukkunst. Aanvankelijk met behulp van zijn handpers, later aan de hand van stempel- en sjabloontechnieken vervaardigde hij zijn beroemd geworden druksels, die dan weer figuratief, dan weer abstract waren.