Een tentoonstelling maken: hoe doe je dat?

Ina Bos - Groninger Museummagazine jaargang 22, nr. 3, 2009

Prachtig al die fraai ingerichte exposities, maar er gaat veel aan vooraf. Mariëtta Jansen, organisator en mede-samenstelster van de expositie Duits Expressionisme, vertelt.

  • Depotbeheerder Bert de Jonge met schilderij van Ernst Ludwig Kirchner. Foto: Marten de Leeuw

Het begint natuurlijk allemaal met een idee. Een idee dat moet passen binnen het tentoonstellingsbeleid van het Groninger Museum. En in het geval van de tentoonstelling over het Duits Expressionisme moet het ook passen binnen de doelstellingen die geformuleerd zijn voor het gebruik van het Ploeg-paviljoen, dat sinds 2001 als zodanig in gebruik is. Maar een expositie die aandacht besteedt aan de internationale context van de Ploeg-kunstenaars beantwoordt uiteraard prima aan deze criteria.

Jaren voordat de tentoonstelling daadwerkelijk is te zien, wordt er al gebrainstormd over het idee. De tentoonstelling moet worden ingepland. Er moet een begroting gemaakt worden. En de expositie moet natuurlijk ook nog passen binnen de agenda van het museum. Een idee kan heel goed zijn, maar in een bepaald jaar niet passen binnen het kader van alle exposities die dat jaar te zien zijn.

Bruiklenen
Als besloten is om van een idee werkelijkheid te maken, moet er gigantisch veel voorbereidend werk plaatsvinden. Want je moet weten welke schilderijen, beeldhouwwerken en grafiek je binnen de tentoonstelling wilt opnemen. Natuurlijk moet worden uitgezocht waar deze werken zich bevinden en of de eigenaar bereid is zijn kostbare bezit uit te lenen. In het geval van deze tentoonstelling heeft het Brücke-Museum in Berlijn ruimhartig medewerking verleend. Alle bruiklenen zijn uit dit, zeer gespecialiseerde, museum afkomstig. In totaal zijn op de tentoonstelling ruim 150 schilderijen, grafiek en beeldhouwwerken te zien. Voordat het echter zover is moet er contacten worden gelegd. Over en weer moet er bereidheid en vertrouwen zijn om samen te werken. Gelukkig was Magdalena M. Moeller, de directrice van het Brücke-Museum, bereid veel werk uit te lenen. Enkele zeer kwetsbare werken konden het vervoer niet ongeschonden doorstaan en moesten in Berlijn blijven, maar de meerderheid van de gekozen werken zijn in Groningen te zien. De kostbare lading moest verantwoord worden ingepakt, vervoerd en uitgepakt. Daarvoor wordt een erkend transportbedrijf ingeschakeld, die weten hoe ze kunst veilig kunnen verplaatsen. Ook de verzekering kan wat dat betreft haar eisen stellen. Want uiteraard zijn de schilderijen deugdelijk verzekerd gedurende de bruikleenperiode. Dat houdt ook in dat er een goede klimaatbeheersing, beveiliging en suppoosten in het museum aanwezig moeten zijn.

Verzekering
Behalve een creatief proces is het organiseren ook een omvangrijk administratief proces. Om te garanderen dat beschadigingen voor en na de bruikleen goed staan geregistreerd wordt van alle werken een conditierapport opgemaakt. Met behulp van schriftelijke gegevens en foto’s worden de condities van een kunstwerk vastgelegd, zodat naderhand altijd vast te stellen is of een werk tijdens de bruikleen een beschadiging heeft opgelopen. Uiteraard moeten bruikleengever, bruikleennemer het eens zijn over de opgemaakte rapporten. Bij het inpakken en uitpakken moet dus controle van de staat van het kunstwerk worden gedaan. Ook de interne afdeling collecties van het Groninger Museum speelt hierbij een belangrijke rol.

Tegelijkertijd worden tal van andere zaken geregeld. De catalogus moet worden geschreven, vertaald, opgemaakt en gedrukt. Het concept voor de inrichting wordt gemaakt. Daartoe wordt onder andere overleg gepleegd met Mark Wilson, die binnen het museum het ontwerp van de inrichting van exposities grotendeels voor zijn rekening neemt. Ook de afdeling educatie is in het kader van onderwijsprojecten bij de expositie betrokken. En natuurlijk is een goede publicitaire campagne onontbeerlijk om mensen op de hoogte te stellen van een nieuwe expositie.

Al met al is het goed en tijdig presenteren van een tentoonstelling met alle daaraan verwante uitingen een drukke en soms stressvolle aangelegenheid. Maar bovenal een erg interessant, leuk en leerzaam proces, waarbij alle afdelingen van het museum betrokken zijn.

Mariëtta Jansen is conservator De Ploeg en 20e-eeuwse kunst.
Jong in Groningen was de eerste expositie die zij als conservator begeleidde