Ellerhuizen

Jan van der Zee

Ellerhuizen van Jan van der Zee toont, net als meer van zijn werken rond deze periode, een gedrevenheid en verfbelustheid die hij gemeen heeft met Karel Appel. Geïnspireerd door ontwikkelingen in de tweede helft van de jaren vijftig brengt Van der Zee de olieverf in dikke lagen aan met kwast en schildersmes. Wat maakt Van der Zee’s werk uniek?

  • Jan van der Zee (1898 – 1988), Ellerhuizen, 1958, Olieverf op canvas, Bruikleen van Stichting de Ploeg - schenking uit de collectie van Ruurt Hazewinkel en Rien Beringer

gematigd modernistisch
Jan van der Zee wist, samen met Job Hansen,  als enige Ploegkunstenaar van het eerste uur zowel voort te bouwen op de landschapstraditie die binnen de vereniging was ontstaan, als aan te sluiten bij eigentijdse moderne richtingen. Het werk van Jan van der Zee is niet onder één noemer te vangen, maar toch vooral gematigd modernistisch te noemen. Hoewel zijn werk stilistisch overeen lijkt de komen met dat van Karel Appel, blijft hij uitgaan van de visuele waarneming en geeft hij zelden over aan ongecontroleerde verfexplosies.

Omstreeks 1960 nemen afgebakende vormen en vlakken de overhand in zijn werk, wellicht als reactie op de meer spontaan expressief geschilderde stijl. Het figuratieve aspect wordt gevat in lijnen, kleuren en vlakken. Zware contouren houden de vormen stevig op hun plaats binnen een compositie die eerder gemetseld dan geschilderd lijkt. Behalve zijn constructivistische composities die voornamelijk zijn opgebouwd uit blokachtige vormen maakt Van der Zee in deze periode ook composities met een lyrische vormentaal. De ronde vormen en glooiende lijnen geven de compositie een zwierende dynamiek die in de constructivistische werken nauwelijks voorkomt.