Bronsschatvondsten van Onstwedde

“Amice! Een opkoper van oudheden toonde mij een zevental voorwerpen van brons of rood koper, vervaardigd en gevonden te Onstwedder Holte, plusminus 1,80 m onder de begane grond. Zouden de voorwerpen ook geschikt zijn voor het provinciale museum?” Zo begon 31 januari 1895 een briefkaart van advocaat mr. H.I. Schönfeld, op dat moment wethouder van Winschoten.
Natuurlijk waren de voorwerpen iets voor het museum en ze werden meteen aangekocht.

  • Offergave aan het veen van een halsring, Onstwedder Barlage (Groningen), ca 500 AD. Groninger Museum.
  • Offergave aan het veen van kokerbijl, armbanden en ringen. Onstwedderholte (Groningen), 700-750 v. Chr. Groninger Museum

De schatvondst van Onstwedder Holte bestaat uit een kokerbijl, twee paar armbanden en nog een paar in elkaar gegoten armbanden. Men neemt aan dat de voorwerpen rond 750 – 700 v. Chr. aan het veenmoeras ten noorden van Onstwedde zijn toevertrouwd.

De bronzen halsring van Onstwedder Barlage kwam aan het eind van 1919 of begin van 1920 tevoorschijn. De ring werd in het veen ten zuiden van Onstwedde gevonden door Harm Meijer. Aan de bronzen halsring met twee bronzen schuifstukken was een groot doorboord stuk barnsteen geschoven.
De vondst werd op 24 januari 1920 bij het museum gemeld, waarop conservator dr. A.E. van Giffen hem aankocht voor 40 gulden. De ring uit Onstwedder Barlage is een bijzonder voorwerp dat buiten Groningen bekendheid geniet. De ring is een heel eenvoudige imitatie van een wendelring. Op basis van paralellen dateert de bronstijdexpert Dr. Jay Butler de halsring op circa 500 v. Chr.

Zowel de schat bij Holte als de halsring bij Barlage was een votieoffer, dus met het oog op een gelofte, neergelegd in de venen rondom Onstwedde. Het zandgebied van Westerwolde, in het zuidoosten van de provincie Groningen, raakte steeds meer ingesloten in het veen. Dit proces was in 750 v. Chr. Al in volle gang. Het votieoffer van de halsring bewijst dat rond 500 v. Chr. nog enige bewoning mogelijk was.
Spoedig was echter ook dat gebied onbewoond. Pas in de vroege middeleeuwen werd vanuit het Emsland Westerwolde weer in gebruik genomen.