Het mysterie rond de dood van Tom Thomson

Op 16 juli 1917 zag een professor uit Toronto, Dr. Howland ‘iets’ drijven vlakbij de oevers van het Lake Canoe in Algonquin Park. Hij meldde dit aan twee lokale parkrangers, die het water ingingen en het lijk van Tom Thomson aantroffen. Thomson was een schilder, die op 8 juli met zijn kano het meer opgegaan was en sindsdien niet meer teruggekomen was. Een plaatselijke dokter deed snel de lijkschouwing (het lichaam was al in ontbinding) en hij werd direct begraven op een klein kerkhof bij Mowat Lodge boven het meer. Tot zover de feiten.
Vanaf dat ogenblik begonnen de mythes en complottheorieën in omloop te komen. Het mysterie rondom de dood van Thomson houdt tot op de dag van vandaag Canadese schrijvers, onderzoekers, filmmakers en eigenlijk iedereen bezig. De vragen en theorieën buitelen over elkaar heen. Hoe is hij gestorven? Was het zelfmoord, moord of een ongeluk? Ligt hij eigenlijk wel in zijn graf?

  • Tom Thomson vist aan Tea Lake Dam

Hoofdwond
Toen zijn lijk gevonden werd, vielen er twee zaken erg op. Tom had een flinke wond aan zijn hoofd, bij de linkerslaap, en om een van zijn enkels zat een lange vislijn zestien maal gedraaid. Men zei dat hij de avond voor zijn dood ruzie had gemaakt met een man. Had deze hem vermoord door op zijn hoofd te slaan? De schedel in het graf vertoont een gat, maar is die wel van Thomson? En heeft iemand die vislijn om hem heen gedraaid, na zijn dood? Waarom dan zo overdreven? Is hij wellicht overboord geslagen toen hij rechtop ging staan om een plas te doen, waarbij hij zijn evenwicht heeft verloren en met het hoofd op de rand gevallen is?
Tom was een ervaren kanovaarder, visser en gids. Bovendien was het meer kalm, was hij een goed zwemmer en niet ver van de oevers. Voor doodslag ontbreekt elk motief, bovendien zou de wond op zijn hoofd dan vast erger zijn geweest dan hoe de rangers het beschreven bij de eerste aanblik.

Algonquin Park
Tom Thomson kwam al sinds 1912 in Algonquin Park en de meren daar. Vele zomermaanden bracht hij door op het water. In 1913 was hij ‘fire ranger’, en in 1914 had hij het geluk dat een rijke mecenas, James MacCallum, hem aanbood een jaar lang werk te kopen zodat hij zich helemaal aan het varen kon wijden. In de jaren 1914 en 1915 verbleef hij in de zomers bij Lake Canoe en Smoke Lake in het park. In 1915 kwam hij al in maart, en bleef hij tot november, vanaf het moment dat het ijs ging smelten tot aan de eerste winterstormen.
Algonquin park is het oudste nationale park in Canada, opgericht in 1893. Het is een netwerk van meren, rivieren en stroomversnellingen. De houtindustrie had er in de jaren 1890 in korte tijd veel bomen  gekapt, hetgeen bijdroeg aan de ruige sfeer in het park. Thomson arriveerde per trein vanuit Toronto bij Lake Canoe. Vlakbij was Mowat Lodge, een spookstadje van de houtkapindustrie, waar hij een hotel als uitvalsbasis gebruikte. Ook leerde hij er een vrouw kennen, Winnifred Trainor, en verbleef soms in haar ouderlijk huis voor hij aan zijn trektochten door de wildernis begon.

  • Gedenkplaat bij Canoe Lake. (foto: Julian Beecroft)

Schedel
Thomson schilderde vanuit zijn kano. Hij had een houten schetsdoos, waarin zijn olieverven en penselen zaten. Zittend in zijn kano legde hij deze doos op schoot en kon dan snel de omgeving vastleggen op kleine plankjes, van ca 21 bij 27 centimeter. Deze borg hij dan op in houders in dezelfde doos; zo konden de schetsen ongestoord drogen. Hij had oog voor alles in de natuur: verbrande stukken land, kreekjes, watervalletjes, stille meren, het noorderlicht, zonsondergangen, de vlucht van wilde ganzen en op het einde van zijn leven, de veranderende seizoenen. Sommige schetsen werkte hij uit tot grotere olieverfschilderijen, in de winter wanneer hij in Toronto verbleef. In totaal maakte hij zo’n driehonderd schetsplankjes, met drie of vier kleuren en experimenteerde hij met diverse schildertechnieken. Pas rond 1917 besefte hij dat zijn schetsen niet alleen voorstudies waren maar ook zelfstandige kunstwerken; daarvoor gaf hij ze soms gewoon weg.
Op een donkere nacht, enkele dagen na zijn begrafenis, werd zijn lijk weer opgegraven en naar het familiekerkhof in Leith gebracht. Vermoedelijk speelde Winnifred, van wie gezegd wordt dat zij zwanger van hem was, hierbij een hoofdrol. Alles gebeurde heel geheimzinnig en gehaast. In 1956 werd het graf opengelegd. De resten hierin waren, zo dacht men, van een lokale Indiaan*1. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat in elk geval de schedel nog wel van Thomson is*2. Opnieuw een mysterie, of gewoon haastwerk?

Vislijn
Moord kan wel uitgesloten worden en onervarenheid eveneens. Hoe is Tom dan aan zijn eind gekomen? Toch zelfmoord? Daarvoor zijn geen aanwijzingen. Tom moet zich thuis gevoeld hebben in zijn kano en in de wildernis. Hij ontving collega-schilders, toeristen en stelde werken tentoon. Inkomsten kreeg hij uit commerciële opdrachten en werkzaamheden als parkranger, en in zijn kano had hij niets nodig; vissen deed hij zelf. Hij was 39 jaar, gezond en misschien wel verloofd. De meest logische verklaring wordt gegeven door de vislijn om zijn enkel. Dit was ongetwijfeld een gewoonte, door de lijn om zijn been te winden raakte die niet verstrikt in de kleine kano. Maar die gewoonte kan hem noodlottig zijn geworden, bijvoorbeeld bij een onverwachte beweging. Hoewel het kalm weer was, kan er toch een plotseling rukwindje of stroming ontstaan zijn, waardoor hij, al vissend, gevallen is en gestruikeld door de lijn om zijn enkel. Hij is dan vermoedelijk met zijn hoofd op de rand van de boot of peddel geslagen, heeft bewustzijn verloren en is verdronken. Een Canadese meteoroloog heeft aangetoond dat dergelijke kleine wervelwinden van zo’n tien seconden plotseling kunnen ontstaan boven het water *3.
Op 27 september werd bij het graf bij Canoe Lake een gedenksteen opgericht. Deze is nu een pelgrimsoord voor Canadese kunstliefhebbers geworden. Het mysterie rondom de dood van Tom Thomson draagt daar sterk aan bij, en misschien kan het daarom beter nooit opgelost worden.
(door Steven Kolsteren)


*1 William T. Little, The Tom Thomson Mystery, Toronto 1970.
*2 Rory MacGregor, Northern Light: the enduring mystery of Tom Thomson and the woman who loved him, Random House Canada 2011.
*3 S. Bernard Shaw, “What really happened to Tom Thomson?”, The Country Connection Magazine no 40 (2002)

In het auditorium wordt de film West Wind. The Vision of Tom Thomson uit 2011 getoond, geregisseerd door Michèle Hozer en Peter Raymont (duur: 95 min.) Hierin wordt aandacht besteed aan het mysterie rondom de dood van Thomson.

  • Canoe Lake zoals het er nu uit ziet. (foto: Julian Beecroft)