Het onweer

Jan van Goyen

Met Het Onweer uit 1637 laat Jan van Goyen zijn fijngevoeligheid voor het schilderachtige landschap zien. In een sober kleurenpalet van voornamelijk grijs en bruintinten zet hij een onweerslucht neer boven het uitgestrekte platteland. Een boer zoekt bescherming tegen het zware weer onder een boom. Hoe werkt van Goyen het landschap uit?

  • Jan Josephz. van Goyen, Het onweer, 1637

De nuancering van de op elkaar afgestemde kleuren is heel zorgvuldig uitgevoerd. De verschillende blauwgrijstinten staan  in contrast met de geelbruine grond, maar zijn door een spel van licht en donker in harmonie. Door te werken met een gereduceerd kleurenpalet kon van Goyen sneller werken. Op deze manier kon hij schilderen bij zowel goed als slecht weer. De afwisseling van lichtere en donkere stroken is typerend voor zijn werk.

Jan van Goyen was naast de Ruysdaels een van de grondleggers van de realistische landschapsschilderkunst die opkwam in de zeventiende eeuw. Hij concentreerde zich vooral op zijn eigen omgeving, het Nederlandse landschap. Daarbij legde hij, net al veel andere Nederlandse schilders in de zeventiende eeuw, de nadruk op de hemelpartij. Dit deed hij door de horizon laag op het doek te plaatsen.