Hogelandster boerderij

Ekke Kleima

Op de voorgrond van Hogelandster boerderij van Ekke Kleima loopt schuin een paars-oranje strook van de akker. Aan de ene kant geflankeerd door een strookje groen gras met gele bloempjes en aan de andere zijde begrensd door een vijftal grote korenschelven. De korenschelven zijn geel, met wit oplichtende gedeeltes en sterk donkerbruine schaduwen, waardoor zij de meest plastische elementen in de voorstelling vormen. De schelven lijken een weloverwogen functie te hebben in de compositie van Kleima.

  • Ekke Abel Kleima (1899-1958), Hogelandster boerderij, ca. 1939, Olieverf op doek, Bruikleen Stichting De Ploeg

Het oog van de kijker
De akker en de korenschelven leiden het oog van rechts naar links, naar een grote schelf. Vervolgens volgt het oog de gele strook korenschelven die in tegengestelde richting schuin oploopt naar rechts en de daarboven weergegeven bomen en boerderij. Tussen beide diagonale vlakken ligt een strook land die uit twee kleuren bestaat: bruin en lichtgrijs.

De onderste beeldhelft is licht, de bovenste helft met boerderij, wolken en hemel, donker van kleur, waardoor een sterk contrast gerealiseerd wordt. Door de donkere kleuren van de bovenste helft wordt het paars van de akker en vooral het geel van de korenschelven in diverse nuances geïntensiveerd. Het lijkt bijna of zij licht uitstralen. Ondanks de beperkte ruimte waarin de voorstelling zich afspeelt, weet Kleima toch een groot gevoel van ruimtelijkheid op te roepen door de suggestie te wekken dat de kijker met de akker, die links buiten het beeldvlak een scherpe hoek naar rechts maakt, wordt meegevoerd achter de velden. Juist op de plek van het kijken heen wordt geleid, is de horizon leeg en steken drie gele bogen van korenschelven fel af tegen de blauwe lucht.

Ekke Kleima meldde zichzelf aan als lid van De Ploeg op 5 augustus 1926. Hij was toen net terug in het noorden na een studie werktuigbouwkunde in Delft, die hij in 1925 had afgerond. Hij kreeg  een baan als wiskundeleraar in Hoogezand. Kleima zocht geen jolige bijeenkomsten in café Chez Dicque, maar wilde enkele gelijkgestemde geesten ontmoeten. Omdat hij in tegenstelling tot oprichters als Wiegers, Altink en Dijkstra geen artistieke opleiding had genoten, stelde hij zich niet op als een van de aanvoerders, maar meer als leerling. Kleima ontwikkelde een grote vriendschap met Job Hansen, eveneens autodidact.  Deze vriendschap komt  onder meer tot uiting in het woonhuis dat Kleima voor Hansen ontwierp en de poppenkastspelen die Hansen voor Kleima schreef.

  • Ekke Abel Kleima (1899-1958), Warffum met rode maan, 1931, Olieverf op doek, Bruikleen Stichting De Ploeg