Koopvrouw op een landweg

Jan Altink

Jan Altink toont een vrouw die met zware tassen sjouwt in het tegenlicht. De weg is nog nat van de regen. Achter haar loopt het pad in bochten naar een boerderij in de verte, met kromgebogen bomen. De hoge horizon en de knik in het perspectief suggereren een enorme uitgestrektheid. Altink’s Koopvrouw op landweg uit 1925 lijkt heel snel geschilderd. Hieronder staat beschreven hoe Altink met dit werk een verhaal over de ruimtelijkheid van het platteland vertelt.

  • Jan Altink (1885-1971), Koopvrouw op landweg, 1925, Was/olieverf op doek

Ruimtelijke ervaringen
Het geabstraheerde silhouet van de vrouw steekt af tegen een lichte weg. Het felle licht schijnt achter tegen haar hoofd, wat zichtbaar is aan de haren. Ze heeft nauwelijks plasticiteit of een gezichtsuitdrukking. De tas waarmee zij zeult lijkt heel zwaar; ze balanceert op een been en loopt moeizaam voort. De vrouw is frontaal afgebeeld, alsof ze vlak voor ons op de weg staat. Altink heeft haar ongetwijfeld zo ontmoet op een van zijn fietstochten op het platteland.

Als hij iets tegenkwam wat de moeite waard was om vast te leggen, maakte hij eerst een snelle schets.  Later, in het atelier, bracht hij het over op doek met behoud van de oorspronkelijke indruk. Hiervoor gebruikte hij de sneldrogende wasverf. Achter de vrouw bevindt zich een uitgestrekt landschap. Door de diagonale lijnen van de weg en de sloot ernaast, in contrast tot de verticaliteit van de vrouw en de boerderij achter haar, krijgt de natuur hier scherp en weids karakter. In de richting van de boerderij maakt de weg bovendien bochten, waardoor ze nog langer lijkt en de einder nog verder weg. Heel in de verte, aan de horizon, zien we rechtopgaande lijnen van bomen. De verhouding tussen de monumentale vrouw op de voorgrond en de bomen op de achtergrond bepaalt deze geïntensiveerde ruimtelijke beleving.

De vrouw is bij Altink feitelijk een reusachtig alibi om ruimte te scheppen. Door deze compositie lijkt het alsof de weg sterk omhoog loopt. Maar de bedoeling van Altink is een andere. Door twee ruimtelijke ervaringen, namelijk de vrouw iets van bovenaf gezien en de horizon iets van beneden af gezien, met elkaar te combineren in een beeldvlak (met het 'verhaal' als middel om het ook zo te ervaren) ontstaat een nadruk op de afstand en de moeizame tocht. Het landschap past zich als het ware aan bij de emotie van de betrokkenen.

  • Jan Altink (1885-1971), Na het bezoek, 1925, Was/olieverf op doek

Het schilderij Na het bezoek  geeft een goed beeld van de wijze waarop Jan Altink en de zijnen het noordelijke land en zijn mensen hebben gezien. Onverstoorbaar, met de armen in de zij staan twee boerenvrouwen op een landweg een in de verte verdwijnende kar na te kijken. De uitgestrektheid van het land krijgt een ongewone dynamiek door de zigzaggende sloten, langs een weg die met een weidse boog door het centrum van het beeld loopt. De hoge horizon en het felle kleurgebruik versterken die dynamiek