Meisje met kind

Ernst Ludwig Kirchner

Ernst Ludwich Kirchner was in 1905 één van de mede-oprichters van de Brücke. Het schilderij Meisje met kind uit 1919 maakt de invloed van Kirchner op De Ploeg duidelijk. Uit een mondelinge mededeling van Jan Wiegers weten we dat Kirchner in 1924 dit schilderij onder handen nam, zoals hij meer ouder werk bewerkte, voornamelijk door de kleuren sterker te maken. Kirchner bewerkte Meisje met kind  in de jaren twintig in Davos, wellicht na kennismaking met Anni, de vrouw van de schilder Albert Müller en een van haar kinderen. Hij past hier de kleurencombinatie geel-blauw-rood toe volgens suggesties van Goethe, wiens kleurenleer hij in Davos ging gebruiken.  Hieronder staat beschreven hoe het kleurgebruik van Kirchner werkt.

  • Ernst Ludwig Kirchner, Meisje met kind, 1919, Was/olieverf op doek

Kleurgebruik van Kirchner
Aan het einde van de 18e eeuw en in de gehele 19e eeuw werden er in Engeland en Duitsland veel wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar kleuren. Door middel van een prisma kan licht breken en zijn kleuren te zien. De meeste wetenschappers stelden vast dat er zes prismatische kleuren zichtbaar waren; paars (violet), blauw, groen, geel, oranje en rood. Voor de schilderkunst waren deze onderzoeken erg belangrijk. Kleuren beïnvloeden elkaar en wanneer verf vermengd wordt, kan dat gevolgen hebben voor het eindresultaat.

In de loop van de 19e eeuw begonnen kunstenaars zich dan ook steeds meer te interesseren voor kleurenleer. In 1904 zag Kirchner een expositie van de pointillisten Seurat en Signac, zij stelden hun schilderijen samen aan de hand van kleine punten of stippen van alleen prismatische kleuren. Tot Kirchner’s ongenoegen waren de kleuren nooit op volle sterkte te zien door de optische menging van kleurstippen. De schilderijen kwamen grauw op hem over. In Goethe’s kleurenleer (1810) vond Kirchner de oplossing. Hij ontdekte dat  de complementaire kleur vanzelf wordt opgeroepen en dus niet meer geschilderd hoeft te worden. “Door het weglaten van complementaire kleuren  worden de werken veel kleuriger”, zo merkte Kirchner op.

In de kleurencirkel van Goethe liggen complementaire kleuren tegenover elkaar. Rood tegenover groen, oranje tegenover blauw  en geel tegenover paars. Kleuren die elkaar niet raken en niet in elkaar overvloeien, of direct uit elkaar voortkomen, noemt Goethe karakteristieke kleuren. Zo komt Kirchner tot de karakteristieke kleurencombinatie rood, geel en blauw, evenals de karakteristieke kleurencombinatie oranje, groen en paars.

  • Goethe’s kleurencirkel

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE

Ook door het gebruik van zijn speciale techniek met sneldrogende wasverf kon Kirchner gelijkmatige vlakken kleur  schilderen, zonder dat deze in elkaar overliepen op het doek. Hij onderzocht wat er gebeurde wanneer hij alleen karakteristieke kleuren direct naast elkaar schilderde. Niet de kleur op zich, maar de samenklank of de harmonie van meerdere kleuren in het schilderij is belangrijk in de kleurenleer, stelde hij. Ook kon je contrasten en emoties goed weergeven  met deze karakteristieke combinaties.