Ommelander daalder met een corrupt wapen uit 1584-85

Egge Knol - Groninger Museummagazine jaargang 22, nr. 1, 2009

De Ommelander daalders zijn zeldzaam. In 2008 kon op een Duitse veiling een daalder worden aangekocht met steun van de Vereniging voor Vrienden van het Groninger Museum. De nieuwe aanwinst ontbrak nog in een klein rijtje van deze bijzondere munten. De reeks laat een stuk geschiedenis zien en de ontstaansgeschiedenis van het wapen van de Ommelanden dat nog voortbestaat in het wapen van onze provincie en universiteit.

De Munt te Appingedam
De Groninger Ommelanden zagen in 1579, dus tijdens de Tachtigjarige Oorlog de kans schoon om geld te laten slaan in hun eigen munthuis te Appingedam. Gehaltes, massa’s en de beeldenaars van de munten werden door de Staten duidelijk voorgeschreven. Door het Verraad van Rennenberg in 1580,dat er voor gezorgd had dat de Ommelanden weer onder Spaanse bezetting stonden, werd het onmogelijk de muntplaats te handhaven in Appingedam. De muntmeester, Hendrik van Velthuysen, week uit naar Gorcum, en sloeg daar Ommelander daalders vanaf 1584 . De magistraat van Gorcum had aan meerdere verdreven muntgerechtigden territorium afgestaan om een munthuis op te richten. Van Velthuysen en later zijn weduwe bleven op naam van de Ommelanden geld slaan, maar de muntmeester nam meer vrijheden. Hij nam een voorbeeld aan destijds populaire geldstukken. Zo bestaat er een groot aantal verschillende type daalders geslagen op naam van de Ommelanden. De verschillen zitten vooral in de afbeeldingen waarmee de geschiedenis van deze muntslag in beeld gebracht kan worden.

Kop en munt
De eerste daalders (van rond 1580) hadden aan de voorzijde de Spaanse koning Philips II. Zoals Willem van Oranje in het Wilhelmus verklaarde “De koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.” Aan de keerzijde stond het complexe wapen van de Ommelanden. Het bestond uit vijf kwartieren met een hartschild. De vijf kwartieren vertegenwoordigden Hunsingo, Fivelingo, Humsterland, Vredewold en Langewold. De laatste drie stonden samen in later tijd bekend als het Westerkwartier. Midden op het schild was een hartschild waarvoor het zogenaamde oude wapen van de Friese koning Radbod was gekozen. Schuine balken met harten, tegenwoordig vooral bekend als Friese vlag. De Ommelanders, die tot in de veertiende eeuw nog Fries spraken, voelden zich in deze tijd nog helemaal Fries. Over de keuze voor dit hartschild, dat uitgroeide tot het wapen van de Ommelanden was wel de nodige discussie geweest. In de huidige provincie Friesland werd dit wapen destijds niet gebruikt. Pas driehonderd jaar later, in 1897, kwam het daar in gebruik als Friese vlag.

De Munt te Gorcum en Culemborg
Eenmaal uitgeweken naar Gorcum maakte de muntmeester rond 1585 andere daalders. Philips II was inmiddels met het Plakkaat van Verlatinghe in 1581 afgeserveerd en op de daalders verscheen een adelaar met op de borst het hartschild van de Ommelanden. Aan de keerzijde stond ook het wapen van de Ommelanden, maar teruggebracht tot een gekwarteerd wapen met twee keer dezelfde kwartieren, Fivelingo (een adelaar) en Humsterland (drie kerkjes). Deze daalders waren een navolging van de populaire daalders van Brunswijk.

Daarnaast werden er daalders gemaakt naar voorbeeld van die van Aken. Het wapen aan de keerzijde vervangen door een afbeelding van de keizer met aan zijn voeten een wapentje van Fivelingo. Ten slotte maakte de muntmeester deze daalders met op de voorzijde een adelaar zonder hartschildje. Alleen een vage adelaar onder keizers voeten herinnerde nog aan het uitgebreide Ommelander wapen. De muntmeesters namen het op dit punt in de verwarrende tijden van toen kennelijk niet zo nauw. Het belangrijkste was dat het geld sterk leek op voor iedereen vertrouwde muntstukken. Het vermoeden bestaat bovendien, dat deze daalders vooral voor de export naar het Middellandse zeegebied waren gemaakt. Het moge duidelijk zijn dat de Ommelanden heren vast niet blij waren met de corrupte weergave van hun heraldische symboliek. Maar muntslag leverde ook geld op en dat was natuurlijk welkom.

In 1589 werd de Ommelander muntslag nog één keer opgepakt en wel in Culemborg, destijds een klein onafhankelijk graafschap. Graaf Floris benutte de mogelijkheden van deze zelfstandigheid en gaf de Ommelanden een territorium om munten te slaan. De voorzijde toonde nu een zogenaamde oude Fries, in werkelijkheid een afbeelding van een Saksische hertog. De daalders met de Saksische hertogen waren goed bekend in Europa. De afbeelding van een oude Fries was dat niet, dus werd er een oude Fries getoond die als twee druppels water op de oude hertog leek. De keerzijde van deze daalders toonde het vijfdelige wapen met hartschild, een jaar later al vervangen door een vierdelig wapen met twee keer twee kwartieren Fivelingo en Humsterland voorzien van het hartschildje.

Verloren ambitie
Deze opeenvolgende serie van Ommelander daalders vertegenwoordigt de ambitie tot zelfstandigheid van de Ommelanden. Een vertrouwd thema in de Groninger geschiedenis. Met de Reductie van 1594 kwam een eind aan die ambitie. Er ontstaat één provincie Stad en Lande. Maar in het provinciewapen waren de Ommelanden wel aanwezig. Het wapen heeft twee maal twee kwartieren: twee maal op de voornaamste plaats het Groninger stadswapen en twee maal het vroegere hartschild van de oude koning Radbod voor de Ommelanden. Dat wapen, voorzien van een Bijbel, werd het wapen van de Groninger Universiteit. De Ommelander muntslag staat zo ook aan het begin twee wapens die nog elke dag bij Provincie en Universiteit worden gebruikt. Alle reden voor het museum om een volledige reeks van Ommelander daalders na te streven.

Egge Knol

Litteratuur
E.Knol, Het elf-hartenwapen en het Ommelander geld, Stad & Lande 13 (2004), 1, 12-20
E. Knol en J.C. van der Wis, Het Ommelander wapen op munt en penning. De Beeldenaar 29 (2005), 31-39.
J.G. Stuurman, 2008: De Munt van de Ommelanden op reis (1579-1591). De Beeldenaar 31 (2007), 179-188, 225-237, 291-301. [in 2008 verschenen in een speciale editie die verkrijgbaar is bij het Geldmuseum te Utrecht.]

Egge Knol is conservator archeologie, geschiedenis en oude regionale kunst