Keerpunt: Keuze uit het aankoopbeleid van Jos de Gruyter

22 juli 2004

Het Ploegpaviljoen in het Groninger Museum staat van 4 september 2004 t/m 13 maart 2005 in het teken van Jos de Gruyter (1899-1979). In 2005 is het precies vijftig jaar geleden dat deze directeur van het Groninger Museum (1955-1963) werd aangesteld. In november van dit jaar verschijnt zijn autobiografie ‘Bewust leven’.

De tentoonstelling heeft een chronologische opzet en toont onder meer werken uit de zestiende eeuw (Jan Swart van Groningen) en achttiende eeuw (Jan Abel Wassenbergh sr.), Nederlandse ‘impressionisten’ als Isaac Israels en George Breitner; De Ploeg, Nederlandse figuratieve kunst uit het interbellum (Charley Toorop, Herman Kruyder) en tijdgenoten van De Gruyter, zowel figuratieven (Co Westerik) als abstracten (Ouborg, Nanninga, Duncan).

De Gruyter hechtte veel belang aan negentiende-eeuwse kunst en aan het werk van Nederlandse lyrisch abstracte kunstenaars als Piet Ouborg, Jaap Nanninga en Gerrit Benner. Met deze laatsten haalde hij werk van eigentijdse kunstenaars in het museum. Dit kan als een van zijn grootste ambities worden gezien. Hij toonde de gevestigde namen uit de (moderne) kunstgeschiedenis, maar hij durfde het ook aan om het werk van tijdgenoten aandacht te geven, wat in die jaren door slechts weinig museumdirecteuren in Nederland werd gedaan. De Gruyter vond dat het museum niet alleen moest conserveren, maar ook moest stimuleren. Hiermee formuleerde hij een doelstelling voor het Groninger Museum die door zijn opvolgers werd overgenomen en door elk op eigen wijze werd ingevuld.

Het werk van de kunstenaars van De Ploeg uit de jaren twintig beschouwde De Gruyter als uitgangspunt voor de op te bouwen collectie moderne kunst. De door hem verworven werken van prominente Ploeg-leden als Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra en Hendrik Werkman, vormen de basis voor de indrukwekkende Ploeg-collectie die het museum in de loop van de afgelopen decennia heeft opgebouwd. Deze collectie is nog steeds een speerpunt van beleid in het museum.

Om het Groninger expressionisme een internationaal kader te geven kocht De Gruyter ook werken van buitenlandse expressionisten, zij het vanwege een gebrek aan geld slechts op zeer kleine schaal. Twee schilderijen van Ernst Ludwig Kirchner zijn de belangrijkste hiervan, naast werken van Paula Modersohn-Becker en van de Vlamingen Frits van den Berghe en Jakob Smits.

Wat voor bijzondere persoonlijkheid De Gruyter was, blijkt ook uit zijn memoires. Dit boek wordt uitgegeven door het Rijksinstituut voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) en is vanaf november verkrijgbaar.
De presentatie van dit boek gaat gepaard met een speciale De Gruyter-middag. Het programma wordt later bekend gemaakt.

Voor meer informatie:
Josee Selbach, e-mail jselbach@groningrmuseum.nl, 050-3666555, www.groningermuseum.nl