Portret van een schilder in zijn atelier

Hermann Scherer

In Portet van een schilder in zijn atelier geeft de Zwitserse kunstenaar Hermann Scherer zichzelf weer in klassieke schilderspose, de penseel in de schilderende hand naar het nog net zichtbare doek gericht. Scherer maakte net als zijn Zwitserse collega Albert Müller en de Groninger  Jan Wiegers deel uit van de kring rond de Duitse Ernst Ludwich Kirchner. Dit is terug te zien in de geestverwantschap en stilistische overeenkomsten. Onafhankelijk van elkaar legden ze de basis voor een op Kirchner geïnspireerd Groninger en Zwitsers expressionisme. Jan Wiegers maakte ook een portret van Schrerer dat sillistisch verschilt met Scherer’s zelfportret.

  • Hermann Scherer (1893 - 1927), Schilder in zijn atelier, 1925, Olieverf op canvas

Portret van Scherer
Op de achtergrond van het zelfportret van Hermann Scherer identificeert een tweede schilderij de ruimte als atelier. Kleur en vorm geven invulling aan het beeld dat de schilder van zichzelf wil overdragen. Het schilderij is opgezet in bewogen, krachtige contrasten en Scherer’s ranke kop, met ingevallen wangen en gefronst voorhoofd, steekt opvallend schril af tegen een eigele achtergrond. De vlakken en kleurstelling zijn zorgvuldig bepaald. Alleen de uitwerking is vlot en expressief, volgens de bijzondere wetmatigheden van de toegepaste was/olieverftechniek op absorberende krijtgrond.

Jan Wiegers’ portret van Hermann Scherer uit 1926 is een mooi voorbeeld van een vrijere omgang met zowel met de heldere combinatie van geel, blauw en rood, als met de verbindingscombinatie groen, oranje en paars. Deze twee combinaties van drie kleuren zijn typerend voor Kirchner, die hij ontleende aan Goethe’s kleurenleer.  Hier zien we duidelijk de combinatie lichtblauw en geel als achtergrond achter het hoofd, links met een wat donkerder geel vlak (oker), terwijl het portret zelf is opgebouwd uit vooral een donkerblauwe jas, die paars is aangestreken maar wel met een rode uitstraling. Het hemd is lichtgroen en het oranje vlak links accentueert die combinatie. Het haar is oranje, terwijl het gezicht als basiskleur heel lichtpaars heeft.

Opvallend is hoe Wiegers het nog ontbrekende rood heeft ingewerkt in de plastische bewerking van het gezicht. In de schaduwen van de nek verbindt die rode indruk zich met de revers die nu ook roodachtig lijken. De gele kleurstrepen op het voorhoofd en op de handen zijn complementair met het lichtpaars, waardoor hier iets van een gelijkenis ontstaat met de zelfportretten van Vincent van Gogh.

  • Jan Wiegers (1893 – 1959), Hermann Scherer, 1926, Was/olieverf op doek, Bruikleen Stichting De Ploeg