Skelet van een zuigeling

Veel voorwerpen uit de oudheid geven ons een beeld van het dagelijks leven. Maar bij dit dagelijks leven horen ook de verdrietige dingen, zo ook dit. Hier krijgen we een beeld van de begrafenis rituelen rond de 5e eeuw.
We hebben het nog steeds over het gebied langs de Waddenzee, waar mensen woonden  op wierden en we langzaam maar zeker een beter beeld beginnen te krijgen van hun dagelijks leven.
Er is echter weinig bekend over de begrafenisrituelen voor de 5e eeuw na Christus.  Er zijn weinig tot geen graven gevonden, in een paar gunstige gevallen zijn er graven bewaard gebleven, maar enkel in bronnen of kuilen. Mogelijk werden de mensen gecremeerd of op een wijze die weinig sporen naliet.
Pas tegen de tijd dat men in aanraking kwam met de Saksen systematische grafvelden aan te leggen

  • Skelet van een zuigeling gevonden te Ostbense (Duitsland), Ostfriesische Landschaft, Aurich

Bij Ostbense in Ostfriesland zijn er twee bewijzen gevonden van teraardebestelling in de volksverhuizingstijd. In een van de graven lag een vrouw van tussen de 40 en 50 jaar oud, met voorwerpen op haar, wat erop duidt dat ze in haar kleding is begraven.
Niet ver van haar graf vond men een eiken trog waarin op een bedje van planten het skelet werd gevonden van een hoogstens 3 maanden oude zuigeling. Tegenover het gezicht stond buiten de kuip een potje van aardewerk, waarin vast eten of drinken voor de reis naar het hiernamaals heeft gezeten. De pot was ook met plantenresten omgeven. Onderzoek wees erop dat hij was versierd met een bloemenkrans. Daarvoor was een bloeiende lijsterbes gebruikt, die van de binnenlandse zandgronden gehaald moest worden.
Dit duidt op een uiterst zorgvuldig en uitgebreid begrafenisritueel. Maar we kunnen er ook uit opmaken in welk jaargetijde de begrafenis plaatsvond.

De zuigeling moet in mei of juni gestorven zijn en was dus op z’n vroegst in februari geboren. Het grootste deel van de zwangerschap viel in het winterhalfjaar. In die maanden kregen de mensen over het algemeen te weinig mineralen en vitaminen binnen, waardoor het kind vanaf het begin al weinig overlevingskansen had.

We zien hier een cultuurhistorische belangrijke waarneming van een zeer liefdevol grafritueel voor een overleden zuigeling. Het versierde potje met levensmiddelen dat de treurende ouders bij het graf zetten, bewijst dat ze een voorstelling hadden van het hiernamaals waar het kind heen zou gaan – en waar zij het terug zouden zien, wanneer ook hun tijd gekomen was.

Bijzonder is bovendien dat Ostbense door erosie van de kunst nu op het wad ligt. De archeologen moesten tussen twee vloeden in bij eb de graven documenteren en bergen.