Tentoonstelling

De ontdekking van het eigen landschap

04 september 2004 t/m 16 januari 2005

In de tweede helft van de 18e eeuw nam de belangstelling voor het lokale landschap sterk toe. Er werden grote aantallen tekeningen en prenten met stads- en dorpsgezichten gemaakt. Bezienswaardigheden werden razend populair. In vervolg op deze interesse voor de eigen gebouwde omgeving ontstond ook belangstelling voor het omringende landschap. Voordien werd op schilderijen van borgen en als achtergrond bij portretten meestal een bergachtig fantasielandschap geschilderd. Talloze werken van Hermannus Collenius getuigen daarvan. Een getrouwe weergave van de lokale werkelijkheid werd toen niet nagestreefd.

In 18de eeuw werd het eigen, vlakke landschap meer en meer ontdekt, maar op een ‘romantische’ wijze gezien. De nadruk lag op het als schilderachtig ervaren zogenaamde ‘Drentse’ landschap met zandweggetjes, vervallen huizen en grillige bomen. Dat zo gewaardeerde landschapstype begint al in de provincie Groningen, direct ten zuiden van de stad Groningen en was ook kenmerkend voor Westerwolde, met het bijzondere klooster in Ter Apel. Ook de meer waterrijke en vlakke gedeelten van het Groninger en Friese land, met koeien, rondtrekkende marskramers en schepen, werden populair.

Een groot aantal kunstenaars in Groningen legde zich op deze onderwerpen toe. Naast werken op papier en kabinetstukjes werden er ook kamerbrede wandschilderingen gemaakt. Hoe deze in het interieur werden aangebracht, is goed te zien op aquarellen van P. Moolenbergh, een schilder waar verder niets over bekend is. Een grote meester van het ‘Drentse’ landschap was de in Groningen geboren Egbert van Drielst (1745-1818). Van Gerardus Wieringa (1758-1817) zijn meerdere kamerbrede wandschilderingen bewaard, en ook een schoorsteenstuk. Dat laatste zal in het prentenkabinet te zien zijn.

In Groningen waren rond 1800 verder kunstenaars actief als Hendrik Lofvers (1739-1806) en Anton Koster (1769-1840). Een jongere navolger is Assuerus Quaestius (1815-1887). Hoewel enige romantische vertekening eigen is aan de werken, beoogden ze wel een beeld van het eigen landschap te geven. De werken staan vol met aardige details: bruggetjes, runderen, wrijfpalen voor het vee gemaakt van walviskaken, marskramers met hun kiep, etc.

De tentoonstelling geeft het beeld weer dat we hebben van het ‘oer’landschap in Noord-Nederland van ruim twee eeuwen terug. Enkele werken zijn recent door het museum verworven en worden nu voor het eerst geëxposeerd: een aquarel van Moolenbergh en twee werken van Koster.

  • Gerardus Wieringa: Weidelandschap