Tentoonstelling

De Ploeg verzameld

30 september 2005 t/m 30 oktober 2005

George Martens en Alida Pott
In 2005 kreeg het Groninger Museum van de Stichting De Ploeg een omvangrijke verzameling in bruikleen bestaande uit werken van George Martens en Alida Pott uit het legaat Martens-Bonnema. Ter gelegenheid van deze verwerving ligt het zwaartepunt binnen de tentoonstelling De Ploeg verzameld op werk op papier van Martens en Pott; er zijn drie zalen gewijd aan hun werk. Alledaagse onderwerpen werden op vluchtige wijze vastgelegd door Martens. Hoewel hij ook het Groninger landschap tekende, is het duidelijk dat zijn inspiratie vooral in de stad opbloeide. Pott’s werk kenmerkt zich door lijnen die weloverwogen op het papier werden gezet. Ze gebruikte weinig middelen, werkte fijntjes en transparant in aquarel of krijt, en was niet geïnteresseerd in de vlotte schets. Van haar zijn kleurrijke aquarellen van landschappen en portretten te zien.

Daarnaast toont deze tentoonstelling belangrijke thema’s binnen De Ploeg. Er zijn bijvoorbeeld abstracte constructivistische werken van Wobbe Alkema te zien, landschappen van Jan Altink, stadsgezichten van George Martens en portretten van Jan Wiegers.

Jos de Gruyter en de Ploeg
Met de komst van Jos de Gruyter als museumdirecteur in 1955 werd een begin gemaakt met het verzamelen van werken van kunstenaars van de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg. De Gruyter was de eerste museumman die het werk van De Ploeg op waarde schatte en bouwde van deze kunstenaarsgroep een mooie collectie op. De Ploeg bleef onder het directoraat van zijn opvolgers één van de belangrijkste speerpunten van het museumbeleid.

In 2001 kreeg De Ploeg een eigen onderkomen in het Groninger Museum: in oktober van dit jaar is het Ploegpaviljoen – Stichting Beringer Hazewinkel in gebruik genomen. Het paviljoen stelt het Groninger Museum in staat om permanent aandacht te schenken aan het werk van kunstenaars van De Ploeg en dat van buitenlandse expressionisten. De museale activiteiten rondom deze internationale kunstenaars leveren een bijdrage aan de nationale en internationale positionering van De Ploeg.

Wie ook de tentoonstelling Van Kirchner tot Kandinsky. Duits expressionisme uit Nederlandse musea, 1919-1964 heeft gezien, kan in De Ploeg verzameld een mooi vervolg zien. Deze tentoonstelling toont onder meer dat de Ploegleden openstonden voor internationale ontwikkelingen van onder anderen de Duitse expressionisten. Dit begon toen Jan Wiegers in het voorjaar van 1920 voor een longaandoening ging kuren in het Zwitserse Davos. Hij leerde daar de Duitse kunstenaar Ernst Ludwig Kirchner leerde kennen, die aan de wieg van het Duits expressionisme had gestaan. Deze ontmoeting met Kirchner en de geheel nieuwe omgeving in Davos inspireerden Wiegers. Hij ontwikkelde een geheel eigen variant op het expressionisme van Kirchner. Terug in Groningen raakten de overige Ploegleden ontvankelijk voor het expressionisme. Wiegers’ kennismaking met Kirchner heeft geleid tot het ontstaan van een regionaal gebonden expressionisme in Groningen.