Tentoonstelling

Keerpunt

keuze uit het aankoopbeleid van W. Jos de Gruyter (1955-1963)

04 september 2004 t/m 13 maart 2005

Er waren twee aanleidingen om aandacht te besteden aan de oud-directeur van het Groninger Museum. Allereerst verschenen in november 2004 de memoires van De Gruyter, bezorgd door het Rijksinstituut voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) te Den Haag onder de titel Zelfportret als zeepaardje. Daarnaast was het in maart 2005 vijftig jaar geleden dat De Gruyter directeur werd van het Groninger Museum.

Het werk van de kunstenaars van De Ploeg uit de jaren twintig beschouwde De Gruyter als uitgangspunt voor de op te bouwen collectie moderne kunst. De door hem verworven werken van prominente Ploeg-leden als Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra en Hendrik Werkman vormen de basis voor de indrukwekkende Ploeg-collectie die het museum in de loop van de afgelopen decennia heeft opgebouwd.

Om het Groninger expressionisme een internationaal kader te geven, kocht De Gruyter ook werken van buitenlandse expressionisten. Twee schilderijen van Ernst Ludwig Kirchner zijn de belangrijkste hiervan, naast werken van Paula Modersohn-Becker en de Vlamingen Frits van den Berghe en Jacob Smits. De Gruyter kocht daarnaast onder meer negentiende-eeuwse kunst en werk van Nederlandse lyrisch abstracte kunstenaars als Piet Ouborg, Jaap Nanninga en Gerrit Benner. Met deze laatste haalde hij werk van eigentijdse kunstenaars in het museum. Dit kan als een van zijn grootste ambities worden gezien: De Gruyter vond dat het museum niet alleen moest conserveren, maar ook jongere kunstenaars moest stimuleren.

  • Charley Toorop: zelfportret met drie kinderen