Tentoonstelling

Marc Quinn - Recent Sculpture

29 april 2006 t/m 27 augustus 2006

In de zomer van 2006 organiseerde het Groninger Museum een solotentoonstelling van Marc Quinn, één van de belangrijkste Britse kunstenaars van dit moment. Het was de eerste grote museale presentatie van hem in Nederland. Marc Quinn (London 1964) behoorde tot de spraakmakende groep Young British Artists die begin jaren negentig de internationale kunstwereld veroverde. Ten tijde van de tentoonstelling was die hype wel voorbij en veel kunstenaars van die generatie hadden intussen een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. In Nederland is hun werk, op een klein aantal uitzonderingen na, zelden op grote schaal te zien geweest.

Quinn maakt sculpturen, ruimtelijke installaties, foto’s en schilderijen. Zijn materiaalkeuze varieert van traditionele materialen als brons, glas en marmer tot minder voor de hand liggende als ijs, brood, bloed, lood en zelfs DNA. Bij alle uiterlijke diversiteit is Quinns thema echter constant: bezinning op zowel de vergankelijkheid als de schoonheid en wonderbaarlijkheid van het leven. Quinn gebruikte voor zijn vroege werk vaak zijn eigen lichaam als uitgangspunt. Veel aandacht kreeg hij bijvoorbeeld met zijn sculptuur Self, uit 1991, een zelfportret gemodelleerd met vijf liter van zijn eigen bloed die permanent bevroren in een speciale vitrine wordt tentoongesteld. Het was wegens praktische reden niet mogelijk om Self te laten zien in de tentoonstelling. Wel was Emotional Detox, The Seven Deadly Sins (1995) opgesteld in het Coop Himmelblau paviljoen. De serie van zeven zelfportret bustes toont dramatische poses waarmee de kunstenaar zowel letterlijk als figuurlijk zijn lichaam en geest lijkt te willen ontgiften. Deze serie, in het bezit van een Nederlandse particulier, bevindt zich sinds 2000 als langdurig bruikleen in de collectie van het Groninger Museum.

De tentoonstelling ging vooral over het werk van na 1999, het moment waarop Quinn zich in zijn werk richtte op ‘de ander’. The Complete Marbles, een serie portretsculpturen van mensen die één of meerdere ledematen missen, is daar een voorbeeld van. Deze serie van Quinn is sterk maatschappelijk geïnspireerd en kan onder andere worden opgevat als een pleidooi voor de emancipatie van de gehandicapte mens. Het bekendste werk uit deze serie is Alison Lapper, Pregnant, een beeld van een zwaar gehandicapte, zwangere vrouw, die meer dan levensgroot in marmer op de zogenaamde Fourth Plinth, de lege zuil op Trafalgar Square werd vereeuwigd. Het beeld dat Quinn van Lapper maakte werd in september 2005 in Londen onthuld en zal daar tot in 2007 te zien blijven. Een levensgrote Alison was te zien op de tentoonstelling in de ovale zaal.

Verder waren op de tentoonstelling onder meer te zien: bronzen sculpturen gebaseerd op opengebarsten popcorn, met de titel The Big Bang over het ontstaan van alles en de evolutie. Ook geïnspireerd op de evolutietheorie waren er DNA portretten van Quinn zelf, van Sir John Sulston, de wetenschapper die aan de wieg stond van deze daarvoor benodigde kloontechnologie, en van supermodel Kate Moss. Van deze laatst genoemde maakte de kunstenaar een sculptuur waarbij het model zich in een onmogelijke yogapositie wringt, Sphinx genaamd. Het beeld kreeg door de celebrityfactor Kate Moss veel persaandacht en het museum kocht het werk aan voor de collectie. De tentoonstelling trok 45.961 bezoekers

  • Marc Quinn - Sphinx