Tentoonstelling

Venster op de Gouden Eeuw

18 november 2008 t/m 14 juni 2009

In het kader van de manifestatie Verleden van Groningen liet het museum een selectie portretten zien. Het beeld dat bestaat van de mensen uit de Gouden Eeuw wordt sterk bepaald door de beroemde Nederlandse portretkunst uit die tijd.

In Groningen werden er prachtige portretten gemaakt, ondermeer door Jan Jansz de Stomme, maar ook door schilders waarvan nu de naam niet meer bekend is. De presentatie in de ovale zaal west richtte zich op vier verschillende groepen uit de samenleving, waarbij zoveel mogelijk echtparen getoond worden. Het gaat om jonkers, burgemeesters, kooplieden en professoren.

De jonkers zijn Osebrant Clant en zijn vrouw Josina van Manninga en Edzart Jacob Clant en zijn vrouw Bouwina Coenders van Helpen. Het eerste echtpaar woonde op de Menkemaborg, nu de mooiste borg van Groningen, toen één van de vele borgen in onze provincie. Het tweede echtpaar woonde op de reeds lang gesloopte borg Scheltkema-Nijenstein. De borgbewoners in Groningen hadden de voornaamste macht in de Ommelanden, het gebied van Westerkwartier, Hunsingo en Fivelingo. Ruwweg is dat de noordhelft van onze provincie.

De stad werd geregeerd door vier burgemeesters, die elke vier jaar aftraden. De burgemeesters van Groningen waren ook het hoogste gezag voor die delen van de provincie die onder de stad vielen. Naast het Gorecht,waren dat Oldambt, Westerwolde, en de veenkoloniën. Al met al in oppervlak minstens de helft van de provincie. De Groninger burgemeesters hadden grote invloed. Vaak waren zij rijk en leefden net als jonkers van de verhuur van landbezit. Te zien waren Gerhard ten Berge en Regnerus Tjaarda en hun vrouwen, allen geschilderd door Jan Jansz de Stomme.

De kooplieden in Groningen vormden een andere groep. Hun rijkdom varieerde met hun handel. Een deel van hen was het oude katholieke geloof trouw gebleven en nam op de koop toe dat een plaats in het stadsbestuur voor hen niet was weggelegd. De leden van het stadsbestuur, burgemeesters en raadslieden, waren immers alle van de hervormde kerk.

Tenslotte hingen er portretten van Groninger hoogleraren. Na de oprichting van de universiteit in 1614 waren zij een nieuwe beroepsgroep in Groningen. De universiteit was bijna tien jaar oud toen ze van vier van de voornaamste hoogleraren een portret liet maken. Hieronder was ook de eerste rector magnificus prof.dr. Ubbo Emmius. Van hem bezit het museum een portret met als pendant dat van zijn tweede vrouw Margaretha van Bergen. Helaas was er geen ander professorenechtpaar, zodat hier twee professoren solo hangen. De Groninger Universiteit geeft ons voor de presentatie portretten van de hoogleraren Nicolaas Mulerius en Hermann Ravensperger in bruikleen.

In Groningerland waren ook de landbouwers een belangrijke groep mensen. Onder hen kwamen zeer rijke boeren voor, maar helaas zijn er van deze mensen geen portretten bekend. Op de tentoonstelling zijn zilveren bekers en brandewijnkommen te zien die getuigen van de grote welvaart van deze groep, terwijl het schilderij De vervening bij Wildervanck van de schilder Mancadan representatief is voor de welvaart die de vervening de ondernemers bracht. Adriaan Geerts Wildervanck was een grote ontginner van het grote veengebied de Wildervang bij Veendam. Hij ging zich naar dat gebied noemen. Jacobus Siebrandus Mancadan was een Friese schilder die de vervening goed kende. Hij had zakelijke belangen in de omgeving van Bakkeveen. Daar zal hij de inspiratie voor het werk hebben opgedaan. Hij zal er wel niet voor naar Wildervanck zijn gegaan. Maar de familie Wildervanck heeft het schilderij wel altijd als zodanig beschouwd.