Tentoonstelling

Zeventiende eeuwse Nederlandse tekeningen

17 februari 2006 t/m 18 juni 2006

In het prentenkabinet werd een keuze uit de zeventiende-eeuwse tekeningen uit de eigen collectie getoond. Naast enkele figuurstudies en historiestukken waren vooral landschappen te zien. Deze landschappen zijn te verdelen in twee groepen: het Nederlandse en het Italiaanse.

Nederlandse kunstenaars uit de zeventiende eeuw baseerden hun schilderijen en tekeningen veel meer dan voorheen op wat zij om zich heen zagen. De tekenkunst speelde een belangrijke rol bij het weergeven van de werkelijkheid: tekenen was de snelste en meest directe techniek om observaties vast te leggen. Mooie voorbeelden hiervan zijn de landschappen van Valentin Klotz, Wouter Knijff en Roeland Roghman. Niet alleen het Nederlandse landschap trok de aandacht van de kunstenaars, ook het Italiaanse landschap had een enorme aantrekkingskracht. Veel Nederlanders maakten de lange reis naar Rome om de overblijfselen van de Klassieke Oudheid te bestuderen en om kennis te nemen van de beroemde kunstwerken van de Renaissancekunstenaars. Noorderlingen die zich ook na hun terugkeer in Nederland toelegden op de weergave van dit landschap werden italianisanten genoemd. Tekeningen waren belangrijk voor het werk van de italianisanten. Tijdens het verblijf in Rome schetsten zij de interessante plaatsen in de stad, de ruïnes, de rivier en de schilderachtige plekjes in de omringende campagna. Het Italiaanse landschap en de ruïnes zijn te zien op de tekeningen van onder meer Bartholomeus Breenbergh en Nicolaes Berchem.

Ook te zien waren figuurstudies van onder andere Abraham Bloemaert en enkele tekeningen met bijbelse en mythologische onderwerpen.