Schat van 155 munten in het Groninger Museum

22 juni 2015

In het Groninger Museum is een bijzondere schat te zien: 155 merendeels zilveren munten in een Keuls potje. De vondst van een verzameling van deze omvang is uniek. Bovendien is het bijzonder dat de schat bijeen is gebleven.

Wim Jansen en Piet Feenstra vonden de schat op 21 mei 2001 in het Groningse Sappemeer bij de renovatie van een vloer aan de Noorderstraat 92. Het potje is waarschijnlijk een reserve geweest. Waar we nu ons geld op de bank zetten, was dit toen niet het geval. Het was wel noodzakelijk geld te beschermen tegen diefstal, bijvoorbeeld door het te begraven.

Het huis werd destijds bewoond door het schippersgezin Meijer. Jan Pieters Meijer en Annechien Wichers huwden in 1758 kregen zeven kinderen. Meijer zal niet echt welvarend zijn geweest, maar als schipper was het noodzakelijk geld opzij te zetten omdat vrachten vaak op eigen rekening ingekocht moesten worden. Meijer overleed rond 1810 en zijn weduwe stierf in 1829. Hun ongetrouwde zoon Pieter Jans Meijer (1770-1836) nam het huis over, maar het is niet zeker of hij van het bestaan van het potje heeft geweten. Na zijn dood verdween het huis uit de familie.

De schat bestaat grotendeels uit guldens (118 stuks) en drieguldens (15 stuks). De totale waarde was destijds 234 gulden en vier stuivers, wat ongeveer overeenkwam met het geschatte jaarinkomen van een arbeidersgezin en ruim de helft van het jaarinkomen van middenstander Meijer. De munten vormen een mooie afspiegeling van het geld dat aan het eind van de achttiende en begin van de negentiende in de provincie Groningen in omloop was.

De Keulse pot met geld is in de benedenhal van het Groninger Museum te zien.