Groninger Museum is het grootste museum voor kunst en design in het noorden van Nederland, met een collectie van meer dan 60.000 voorwerpen en kunstwerken uit vijf millennia. Hier worden verhalen over onze tijd en mogelijke toekomsten vormgegeven, van neolithisch Oost-Aziatisch aardewerk tot werken uit de eenentwintigste eeuw.

Het gebouw zelf begon als een experiment, een postmodern statement dat tot stand kwam door de samenwerking van meerdere ontwerpers en architecten: Mendini, Starck, De Lucchi en Coop Himmelb(l)au. Net als het gebouw een postmoderne provocatie was, gebaseerd op collectiviteit, experimenteren en interdisciplinariteit, delen de collectie, de presentaties, de wisselende tentoonstellingen en het publieksprogramma diezelfde drijfveer: een toewijding aan actuele thema’s van vandaag, bekeken door de lens van de hedendaagse kunst.

Leer meer over de veelzijdige collectie van het museum, of over hoe verschillende architecten en ontwerpers het gebouw vormgaven, elk met hun eigen stijl.

Alessandro Mendini en toenmalige directeur Frans Haks keken verder dan de grenzen tussen kunstdisciplines en verwierpen het idee dat de ene discipline boven de andere zou staan. Voor Mendini en Haks bestond een dergelijke hiërarchie niet. Elke discipline had evenveel gewicht en kon worden gecombineerd met een andere om iets nieuws te vormen, een benadering die kenmerkend is voor het postmodernisme van de twintigste eeuw. Mendini’s visie op deze architectuur, gebaseerd op experimenteren, collectiviteit en interdisciplinariteit, vormt het uitgangspunt voor het nieuwe artistieke hoofdstuk van Groninger Museum, waar actuele verhalen vorm krijgen.

Het programma van Groninger Museum is opgebouwd rond jaarlijks wisselende thema's. Vanaf het najaar van 2026 staat het programma een jaar lang in het teken van twee karakters: ‘de architect’ en ‘de huisvrouw’. De tentoonstellingen en publieksprogramma’s zien deze personages als een spanningsveld en een manier om de volgende vragen te stellen: Wie wordt aangemoedigd om groots te denken? Wie mag ‘het huis’ ontwerpen en wie zorgt ervoor? Vanaf 2027 verdiept het programma zich in ‘de dood’ en ‘het hart’.

In lijn met de geest van samenwerking die kenmerkend is voor de postmoderne architectuur van Groninger Museum zelf, ontvouwt het programma zich als een interdisciplinair gesprek dat disciplines, collecties, kunstenaars en ontwerpers met elkaar verbindt.

Met dit nieuwe hoofdstuk blikt het museum zowel terug als vooruit. Het sluit opnieuw aan bij de visionaire geest van dit gebouw en de experimentele aanpak van Groninger Museum in de jaren negentig, en maakt ruimte voor de prangende vragen van de eenentwintigste eeuw: Back to the future!