Naar hoofdinhoud

Collectie

Masker,  600-400 v.Chr, wierde Middelstum
Masker uit de ijzertijd
Gevonden in Middelstum
Dit halve masker van aardewerk werd gevonden in de nederzetting Middelstum-Boerdamsterweg en dateert van rond 500 voor Christus. Het is aan de achterzijde hol en heeft aan de rand een kleine doorboring, kennelijk een gaatje voor een koordje. Waarvoor het werd gebruikt, is onbekend. Het werd in de buurt van een veekraal aangetroffen en wellicht hing het daar ooit aan een paal om boze geesten te verjagen, of was het een offer om goden gunstig te stemmen. Voor de bewoners van de nederzetting was het welzijn van hun vee van levensbelang. In het Noord-Nederlandse kustgebied zijn uit deze periode wel sporadisch afbeeldingen van gezichten gevonden, bijvoorbeeld op kleipoppetjes, maar dit masker is uniek.
Jeff Koons (York, PA 1955), Christ and the Lamb, 1988
Christ and the Lamb
Jeff Koons, 1988
Jeff Koons wekte in de jaren tachtig verontwaardiging op met zijn provocerende ‘kitsch’. Sommigen in de kunstwereld zagen hem als een duivel, terwijl hij zichzelf onverstoorbaar als een glimlachende engel bleef presenteren. Het enige dat hij naar eigen zeggen wilde, was mensen “teruggeven wat ze diep vanbinnen eigenlijk toch het mooiste vinden”: luxe, glimmende oppervlakken, zoete kleuren, lieve en sentimentele afbeeldingen. Voor deze spiegel gebruikte hij een fragment van een schilderij van Leonardo da Vinci (Anna te Drieën, 1510, in het Louvre). Met enige moeite zijn hier de omtreklijnen te herkennen van het Christuskind dat met een lammetje speelt. De vergulde houten lijst verwijst naar de laat achttiende-eeuwse, weelderige Rococo. Koons speelt een verwarrend spel op het snijvlak van hoge kunst en kitsch, religie en banaliteit.
Michael Sweerts (Brussel 1618 - 1664 Goa), Jongenshoofdje, ca. 1655-61
Jongenshoofdje met zeepbel
Michaël Sweerts (1655-61)
Een jongen kijkt naar een zeepbel die vlak langs zijn gezicht zweeft. De zeepbel werd in de zeventiende-eeuwse schilderkunst wel gezien als symbool voor de vergankelijkheid, maar van die betekenis lijkt in dit charmante tafereeltje geen sprake. Het sobere, intieme schilderij is gemaakt door Michael Sweerts, van wie ongeveer twaalf van dergelijke verstilde portretten van jonge mensen bewaard zijn gebleven. Sommigen menen er een verwantschap met het beroemde Meisje met de parel van Vermeer in te zien, maar of beide kunstenaars elkaar gekend hebben is niet vast te stellen. De in Brussel geboren Sweerts was een vrome katholiek die lange tijd in Rome werkte, waar hij veel Nederlandse klanten had en een ridderorde van de paus ontving. In 1662 vertrok hij naar Azië om missionaris te worden, wat geen succes werd, en hij stierf twee jaar later in India.
Zwaardknop, 590-640 n.Chr. Gevonden in de wierde van Ezinge
Zwaardknop, 7de eeuw
Gevonden in Enzinge
Dit zeldzame mannensierraad behoort tot de top tien van Groninger bodemvondsten en is het belangrijkste voorwerp uit de Merovingische periode dat hier bekend is. In de zesde en zevende eeuw waren de lokale heersers van de Friese landen, waartoe ook het Groninger kustgebied hoorde, herkenbaar aan hun gouden en zilveren sierraden. Een van die heersers woonde op de wierde Ezinge, waar deze knop werd gevonden. Hij was een onderdeel van het beslag van een riem waaraan een zwaardschede kon worden gehangen. De knop bestaat uit een holle piramide van zilver, bekleed met goud volgens een cloisonné-techniek, ingelegd met almandijn (ijzer-aluminium-silicaat), waarvan een deel bewaard is gebleven. Tussen de cloisons is de knop versierd met filigreinwerk. Op elke zijde is een gestileerde stierenkop te herkennen.
Michele de Lucchi (Ferrara 1951), Oceanic, 1982
Oceanic (1982)
Michele de Lucchi
Dit is een lamp, al lijkt het misschien meer op een abstracte sculptuur. Hoewel, abstract? Ergens doet het ook aan een dier denken. Misschien een soort zeeslang, als je de titel Oceanic erbij betrekt. Of zien we daar de schoorstenen van een oceaanstomer? Het ontwerp is eenvoudig, maar de associaties die het oproept zijn talrijk. De lamp is ontworpen door Michele de Lucchi, een prominent lid van de Italiaanse ontwerpgroep Memphis (1981-1988), ongetwijfeld een van de meeste speelse groepen uit de geschiedenis van het design. Voor hen was functionaliteit niet het belangrijkste, maar de ‘sculpturale’ en associatieve kwaliteiten van een ontwerp. Memphis-meubelen zijn niet zomaar gebruiksvoorwerpen, het zijn eerder een soort wezens die samen met jou in je huis wonen.
Wobbe Alkema (Borger 1900 - 1984 Kampen), Compositie no. 3, 1924
Compositie no.3 (1924)
Wobbe Alkema
Van alle schilders van De Ploeg was Wobbe Alkema de meest abstracte. Hij was eigenlijk te introvert om deel te nemen aan het uitbundige verenigingsleven van De Ploeg en hij bleef daarom slechts korte tijd lid. In tegenstelling tot zijn collega-schilders trok hij er ook niet graag op uit om het landschap te schilderen. Hij bleef liever in zijn atelier en probeerde vooral uiting te geven aan zijn innerlijke stemmingen. Daarvoor gebruikte hij vanaf 1922 uitsluitend abstracte vormen zoals vierkanten, driehoeken en cirkels. In Compositie no. 3 zijn deze vormen met dunne lagen olieverf over elkaar heen geschilderd, tegen een donkere achtergrond. Het schilderij toont een harmonisch samengaan van tegendelen: enerzijds de strenge vormentaal, anderzijds het rijke, warme kleurenpalet.
Johan Dijkstra (Groningen 1896 - 1978 Groningen), Groninger Meikermis, 1928
Groninger Meikermis
Johan Dijkstra (1928)
De Meikermis is al sinds de negentiende eeuw een begrip in Groningen. Tot de meest enthousiaste bezoekers behoorden de boerenknechten en -dienstbodes uit de wijde omtrek, die in die periode een week vakantie hadden en een deel van hun jaarloon op de kermis kwamen stukslaan. Er werd stevig gedronken en het ging er vaak zo luidruchtig aan toe dat de gegoede burgerij het gezicht afkeurend afwendde. De losse, vrolijke sfeer van de kermis is goed getroffen in dit schilderij van Dijkstra. De stevige, expressionistische kwaststreken, die zo kenmerkend zijn voor De Ploeg, hebben hier plaats gemaakt voor een veel luchtiger, bijna Franse toets. De grote tent in het midden is de Kiekewals (Gronings voor cake walk), die werd aangedreven door een stoommachine.
Jan Wiegers (Kommerzijl 1893 - 1959 Amsterdam), Kirchner in zijn atelier, 1925
Kircher in zijn atelier
Jan Wiegers (1925)
De ontmoeting tussen Jan Wiegers en de Duitse expressionistische schilder Ernst Ludwig Kirchner had grote betekenis voor de kunst in Groningen. In 1920 reisde Wiegers, met financiële steun van zijn schildervrienden van De Ploeg, naar het Zwitserse kuuroord Davos, om te herstellen van een longaandoening. Daar ontmoette hij Kirchner en hij raakte danig onder de indruk van diens werk: figuren en landschappen, met hoekige vormen, in felle, contrastrijke kleuren. Wiegers zou de invloed van Kirchner overdragen op zijn collega’s van De Ploeg, met als gevolg een grote bloei van de expressionistische kunst in de jaren twintig in Groningen. Hij keerde nog een aantal keren terug naar Davos. Bij een van die gelegenheden maakte hij dit portret van Kirchner, geschilderd in de stijl die hij van de meester had geleerd.
Matthijs Maris (Den Haag 1839 - 1917 Londen), Meisje aan de pomp, 1872
Meisje aan de pomp
Matthijs Maris (1872)
Matthijs Maris wordt, evenals zijn broers Jacob en Willem, gerekend tot de Haagse School. Binnen die groep ‘nuchtere’ Hollandse kunstenaars, die veelal in de natuur schilderden, was hij met zijn neiging naar mystiek een ietwat excentrieke eenling. De jonge Vincent van Gogh was een groot bewonderaar van Maris: “Het is dromerij, maar wat een meester!” Dit meisje aan de pomp lijkt in sombere gedachten verzonken. Zij kijkt in elk geval niet naar wat zij aan het doen is, want het water stroomt langs de kruik. Waarschijnlijk is hier Gretchen uit Goethes Faust verbeeld. Daarin komt een scene voor waarin Gretchen aan de dorpspomp een roddel hoort over een meisje dat verleid is en met een kind eenzaam achterblijft. Ze weet hier al dat ze zelf ook zwanger is, van Faust, en maakt zich grote zorgen over haar toekomst.
Peter Paul Rubens (Siegen 1577 - 1640 Antwerpen), De aanbidding der koningen, 1609/1610
De aanbidding der koningen
Peter Paul Rubens (1609/1610)
Dit is een van de absolute topstukken in de collectie van het Groninger Museum. Rubens maakte het als voorstudie voor een veel groter schilderij (van bijna vijf meter breed) dat zich tegenwoordig in het Prado Museum te Madrid bevindt. Het toont een Bijbelse scene, maar de eigenlijke bedoeling ervan was politiek. Het grote schilderij was bestemd voor de Statenzaal van het stadhuis in Antwerpen, waar op dat moment, in het midden van de Tachtigjarige Oorlog, vredesbesprekingen werden gevoerd tussen de Republiek der Nederlanden en Spanje. De hele symboliek ervan is nogal ingewikkeld, maar komt er in het kort op neer om te laten zien hoe welvarend het land kan worden als er weer in vrede met het buitenland kan worden gehandeld. Maar sprekender nog dan de symboliek van de voorstelling is de ongelofelijke virtuositeit waarmee Rubens dit schilderde.

Verzamelingen

Het Groninger Museum heeft met veel passie en durf door de jaren heen een kleurrijke en diverse verzameling bijeengebracht. Zo heeft zich een omvangrijke collectie gevormd die door het Groninger Museum met behulp van schenkingen jaarlijks wordt aangevuld met bijzondere kunst en belangrijk erfgoed. In de collectie vind je naast postmodernistisch design, hedendaagse kunst, mode en fotografie, allerlei historische objecten die de geschiedenis van de stad en provincie Groningen vertellen. Daarnaast is er de in binnen- en buitenland bewonderde collectie Aziatisch keramiek en natuurlijk de schilderijen van de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg.

Bekijk hier een selectie of doorzoek de collectiedatabase.