Hendrik Nicolaas Werkman

Leens 1882 - Bakkeveen 1945

Ploeglid vanaf 1919.

Hendrik Nicolaas Werkman nam binnen De Ploeg een bijzondere positie in. Hij begon zijn loopbaan als journalist en leerling-drukker en in 1908 richtte hij een eigen drukkerij op in Groningen. Als kunstenaar was hij autodidact en het vroegste van hem bekende schilderij dateert uit 1917. Zijn contacten met De Ploeg waren aanvankelijk zakelijk van aard, in februari 1919 drukte hij de catalogus bij de eerste expositie die de nieuwe kunstkring organiseerde. Later dat jaar werd Werkman lid van De Ploeg.

  • Hendrik Nicolaas Werkman - Twee maskers. Collectie Stichting De Ploeg
  • Hendrik Nicolaas Werkman - Renbaan Groningen. Collectie Stichting De Ploeg

Het drukkersgereedschap werd zijn artistieke middel toen hij er in 1923 mee begon te experimenteren in de eerste van een lange reeks zogenaamde druksels. Met het zetmateriaal, de inktrol en de handpers ontwikkelde hij een unieke techniek. Later breidde hij zijn expressieve mogelijkheden uit met het gebruik van sjablonen en stempeltechnieken. Werkmans totale oeuvre omvat ruim 2000 werken, waaronder schilderijen, aquarellen, grafiek, tekeningen en gebruiksdrukwerk. Maar de kern van het oeuvre wordt gevormd door de druksels. De vroegste hiervan drukte Werkman nog in een kleine oplage, maar voor het overgrote deel gaat het om unica, waarvan de meeste, zo’n vierhonderd, uit de oorlogsjaren stammen.

Ook het typografisch bijzondere en experimentele drukwerk uit zijn drukkerij is belangrijk binnen het oeuvre. Werkman nam hierin als het kon een grote artistieke vrijheid, zoals blijkt uit de affiches, catalogi en andere incidentele uitgaven die hij verzorgde voor De Ploeg. In de jaren twintig en dertig maakte Werkman verschillende kunstzinnig vormgegeven tijdschriften, deels gevuld met eigen poëtische teksten, waaronder Blad voor Kunst (1921-1922), Preludium en Pesach (1936). Het belangrijkste was The Next Call, een podium voor Werkmans eigen typografische experimenten, waarvan hij tussen 1923 en 1926 negen nummers drukte.

Bijzonder onderdeel van het drukwerk in oplage vormen de uitgaven van De Blauwe Schuit, de clandestiene uitgeverij waarvoor Werkman tussen 1941 en 1944 in totaal veertig uitgaven drukte. Meestal betrof het kleine boekjes, met oorspronkelijk werk of bestaande teksten, die in bedekte termen inspeelden op de oorlogssituatie en de mensen hiermee een hart onder de riem wilden steken. Met zijn illustraties en vormgeving drukte Werkman een belangrijke stempel op de betekenis van de uitgaven. Zo ontstonden ook de Chassidische Legenden, die behoren tot zijn beroemdste en meest geliefde werken.

Gedurende de oorlogsjaren nam het kunstenaarschap de overhand, door een combinatie van gebrek aan zakelijke opdrachten en een grote artistieke productiviteit, gestimuleerd door een groeiende belangstelling voor zijn werk. Kort voor de bevrijding kwam aan Werkmans leven een abrupt einde: in maart 1945 werd hij door de Sicherheitsdienst gearresteerd en op 10 april gefusilleerd.
In november 1945 organiseerde museumdirecteur Willem Sandberg in het Stedelijk Museum Amsterdam een herdenkingstentoonstelling, sindsdien heeft Werkmans oeuvre in binnen- en buitenland veel waardering gevonden. 

------------
Tekst: Jikke van der Spek, Anneke de Vries
Bron: Dieuwertje Dekkers, Jikke van der Spek, Anneke de Vries, H.N. Werkman – Het complete oeuvre, Rotterdam 2008.
Zie ook: Frans R.E. Bloem, Willem van Koppen, Mieke van der Wal, Hendrik Nicolaas Werkman – Brieven rond De Blauwe Schuit 1940-1945, Amsterdam 2008.