Wobbe Alkema

Nieuw-Buinen 1900 - Kampen 1984

Het gezin Alkema kwam in 1913 in de stad Groningen wonen. Wobbe's vader was daar huisschilder. Wobbe ging in de leer als meubelmaker en volgde ook tekenlessen aan de Avondvaktekenschool. In 1919 werd hij ingeschreven aan de Academie Minerva voor de zomercursus. Nadat hij de cursus in het tweede semester had verlaten, volgde hij schriftelijke cursussen bouwkunde en tekenlessen bij de beeldhouwer Willem Valk. In 1922 huurde hij samen met Faber en Van der Zee een zolderetage als atelier. Daar maakte hij ook woonruimte voor zichzelf. Samen werkten ze in een reclamebureau: Het Atelier voor Artistieke Reclame.

  • Wobbe Alkema - Compositie No. 22. Collectie Stichting De Ploeg
  • Wobbe Alkema - Compositie met blauw en rood. Collectie Stichting De Ploeg

In 1922 werd Alkema aspirant-lid van De Ploeg. Door Jan Altink maakte Alkema kennis met het Belgische kunsttijdschrift het Overzicht, het 16e nummer, mei –juni 1923. Op deze manier kwam Alkema in aanraking met het constructivisme, wat hem zeer aansprak. Zomer 1924 bracht hij een bezoek aan Antwerpen. In 1924 werd Alkema bouwkundig tekenaar bij een architectenbureau. Zomer 1925 bezocht hij België weer en knoopte hij vriendschappen aan met Belgische kunstenaars. Hij ontmoette daar ook Paul van Ostayen.

November 1924 werd Alkema werkend lid van De Ploeg. Hij speelde in het verenigingsleven geen grote rol, vanwege zijn geheelonthoudersschap en vanwege het ontbreken van geestverwanten. Hij nam slechts één keer aan een expositie deel. In 1925 moest hij de zolder opgeven en trok hij weer bij zijn ouders in. In dat jaar bedankte hij ook voor De Ploeg. In januari 1926 verzocht hij weer als werkend lid aangenomen te worden, maar dit verzoek werd door de ledenvergadering verworpen. Nadien is hij geen lid meer geworden.

Tussen 1925 en 1933 maakte Alkema schilderijen, grafiek en collages. In Belgische bladen werd werk van hem afgedrukt. Tussen 1926 en 1930 werd er lichter werk van hem afgedrukt: lichtere achtergrond, lichtere kleuren. In 1930 en 1931 ontstonden acht droge-naaldetsen met een lijnvoering die verwijst naar Kandinsky. Daarna lukte het Wobbe Alkema niet meer om werk te maken, vanwege de slechte economische omstandigheden en vanwege de dreigende politieke situatie. Pas na de Tweede Wereldoorlog zal hij als kunstenaar zijn werk weer opvatten.

------------
Tekst: Toos Boersema.
Adriaan Venema, De Ploeg 1918-1930, 1978, pp. 147-153, 170. Cees Hofsteenge, De Ploeg 1918-1941, De hoogtijdagen. Groningen: Benjamin & Partners 1993, pp. 71-75. Doeke Sijens (red.), Wobbe Alkema, Het absolute, het heldere, catalogus bij de tentoonstelling 15 maart - 14 juni 2009. Groningen: Groninger Museum 2009.