Het schilderij Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen in het voorjaar (1884) van Vincent van Gogh is na een intensief restauratieproces vanaf dinsdag 31 maart voor het eerst weer in het Groninger Museum te zien. Restaurator Marjan de Visser werkte ongeveer drie maanden aan de restauratie en deed verschillende nieuwe ontdekkingen. Zij stelde vast dat tijdens een eerdere restauratie in 1903 delen in de compositie veranderd zijn. Er zijn toen details toegevoegd die Van Gogh nooit zou hebben geschilderd.
De reis van Lentetuin
Het schilderij heeft veel gereisd sinds Van Gogh het in 1884 in de pastorietuin van zijn ouders in Nuenen maakte. Het ging mee met verschillende verhuizingen en werd later verhandeld. Dankzij een legaat kwam het uiteindelijk in 1962 in de collectie van het Groninger Museum terecht.
Lentetuin was in bruikleen bij het museum Singer Laren, toen het daar op 30 maart 2020 werd gestolen. Het schilderij kwam dankzij de inspanningen van kunstdetective Arthur Brand in 2023 weer boven water. Helaas bleek het werk wel beschadigd te zijn. Vandaar dat restaurator Marjan de Visser de opdracht kreeg het werk te restaureren.
Vrouw op schilderij had nooit een gezicht
Tijdens haar eerdere onderzoek naar het werk constateerde Marjan de Visser al dat Van Gogh het werk startte als Wintertuin in 1883 maar dat het uiteindelijk een Lentetuin werd in het voorjaar van 1884. In haar meest recente onderzoek deed Marjan de Visser opnieuw een interessante ontdekking: het in detail aangebrachte gezicht van de afgebeelde vrouw is niet door Van Gogh aangebracht in 1884. Mogelijk werd het in 1903 toegevoegd door een amateurschilder, die het schilderij bewerkte ter voorbereiding op de verkooptentoonstelling bij de Rotterdamse Galerie Oldenzeel. Het is goed mogelijk dat dit werd gedaan om het werk aantrekkelijker te maken voor de verkoop. In die tijd bestond restaureren vaak uit delen van een schilderij overschilderen. Marjan de Visser haalde de details in het gezicht van de vrouw eruit, waardoor ze nu weer afgebeeld staat zoals Van Gogh dit in 1884 deed.
Restauratieproces
De Visser restaureerde het schilderij van Van Gogh met grote nauwkeurigheid en precisie naar de hedendaagse praktijk van restaureren. Materialen zijn eerst onderzocht, en technieken eerst getest, omdat het schilderij kwetsbaar is en niet elke methode hetzelfde resultaat geeft. De Visser stelde tijdens onderzoek en restauratie vast dat er op grote delen van de originele verflagen een gedegradeerde vernis en olieverflaag en een laag zinkzeep aanwezig was. Met name die laatste is een chemische verandering die kan ontstaan door veroudering van verf met zinkpigmenten.
Een grote uitdaging voor De Visser was het onderscheiden van de originele verf van Van Gogh en deze latere toevoegingen. In sommige gevallen lagen de toevoegingen tijdelijk zo dicht bij de originele verf, dat het verschil nauwelijks zichtbaar was. Kenmerken zoals dikke verflagen, verf die over een barst is aangebracht, bruine pigmenten, een donker paarse kleur onder UV-licht wijzen op overschilderingen. Mede door middel van diverse materiaalanalyse, onderzoek van Van Goghs brieven en publicaties konden de overschilderingen worden geïdentificeerd.
Terug in het Groninger Museum
Vanaf dinsdag 31 maart 2026 is de prachtig gerestaureerde Lentetuin te zien in het Groninger Museum. Er komt een digitaal scherm naast het schilderij, waarop bezoekers foto’s van voor en na de restauratie kunnen bestuderen en zo de verschillen kunnen ontdekken.
De restauratie van Lentetuin is mogelijk gemaakt door de Debman Stichting.